De Telegraaf 6-5-2011
Dolgelukkig zullen we zijn zodra de spelen terug naar Nederland komen. Voor de huidige generatie volleyballers wellicht de eerste kans om te kwalificeren voor het meest prestigieuze toernooi ter wereld. De manier waarop we als volleyballand momenteel te werk gaan zal namelijk niet tot eerdere kwalificaties leiden anders dan op toeval berust.
We beschikken over voldoende knowhow, voornamelijk deskundigheid op sporttechnisch vlak. We missen de nodige beleidskundige en organisatorische kennis gecombineerd met de deskundigheid van de sport. Dit staat ons in de weg om het niveau en duurzaamheid van de sport op te vijzelen. De volleybalbond en ook de clubs zouden wel eens wat meer in het belang van de sport mogen denken in plaats van aan het eigen belang. Dit zou een hoop onrust en vreemde situaties tegengaan, een aantal voorbeelden.
Eén van de deskundige is de nieuwe bondscoach, Edwin Benne. Voorafgaand aan zijn aanstelling polst de bond de spelers van het nationale team. Met de vraag wat voor een type trainer zij wensen. Is dit draagvlak creëren of echt het idee hebben dat deze spelers, gezien hun behaalde resultaten, wel weten waar een bondscoach aan moet voldoen? Ondanks het horen van de spelers trekt de bond vervolgens haar eigen plan. Enkele spelers geven duidelijk hun mening dat dit toch niet het type trainer is dat Nederland nodig heeft. Iets wat in elke normale organisatie gevolgen zou hebben. Gelukkig niet in het volleybal, sterker nog we doen net alsof er niets aan de hand is.
De afgelopen 8 jaar is veel geïnvesteerd in Talentontwikkeling. Het toverwoord dat menig bond er in doet geloven dat we goed bezig zijn. Met als resultaat? De vorige 3 generaties volleyballers is afgeschreven als ‘verloren generatie’. Gebruiken we talentontwikkeling om de Olympische Spelen te halen, of als excuus om niet verantwoordelijk te zijn voor tegenvallende resultaten. Na jaren investeren in onze ontwikkelwerkzaamheden constateren we een gestage daling op de wereldranglijst.
Onder het nieuwe motto ‘Leren Winnen’ beginnen we met het inrichten van Talent Teams die in een (over) beschermde omgeving alleen met elkaar hoeven trainen en vooral geen competitie spelen. Dit principe van talentontwikkeling staat haaks op wat Johan Cruijff voor ogen heeft bij Ajax. Waarom zouden we niet eens in de keuken kijken bij meer professionele organisaties en luisteren naar anderen?
Het is tijd om de oogklepjes af te zetten en de wereld eens goed in te kijken. Laten we het belang van onze sport prioriteit geven en ons daar vol voor inzetten. Laat 2028 dan maar komen.
Roland Rademaker maakte in 2008 zijn debuut in het Nederlands volleybalteam. De huidige spelverdeler van Rivium Rotterdam speelde ondermeer in Duitsland en Frankrijk. In 2004 won de nu 29-jarige volleyballer de landstitel met Nesselande.
Jaarlijks reikt Telesport jonge sporters de hand door twee opleidingen beschikbaar te stellen aan het Johan Cruyff Institute for Sport Studies. Wekelijks geeft één student, zoals Roland Rademaker hier gedaan heeft, via de column 'Na de Masters' zijn of haar visie geven op de Nederlandse sport en de studie aan het Johan Cruyff Institute.
Studieprogramma's aan het Johan Cruyff Institute for Sport Studies Amsterdam voor iedereen met een passie voor sport:
- Master in Coaching
- International Master of Sport Management




